
Wat een bizarre dag cricket leverde de derde dag van de Test in Manchester op. Zestien wickets vielen en Nieuw-Zeeland toonde aan nog beter ineen te kunnen storten dan Engeland.
Engeland begon de dag op 152/4 op zoek een totaal dat enigszins in de buurt van de 381 van Nieuw-Zeeland kwam. Een zoektocht die compleet in duigen viel en eindigde op 202 all out.
In een batting-collapse die tegenwoordig niet ongebruikelijk is voor Engeland, hield alleen de jonge Stuart Broad het hoofd boven water met 30 uit 50 ballen. Aangewezen batters Paul Collingwood, Ian Bell (beiden hopeloos uit vorm) en wicket-keeper Tim Ambrose waren samen goed voor slechts 11 runs…
Daniel Vettori – captain en spinbowler van Nieuw-Zeeland – liep met een grote grijns rond op Old Trafford. Hij was goed voor vijf wickets en Nieuw-Zeeland was op dat moment heer en meester. Een voorsprong van 179 runs met nog een tweede innings te gaan; alleen regen had nog verlies mogen betekenen.
Het ondenkbare gebeurde echter. Monty Panesar was briljant en deed het nog eentje beter dan Vettori in de verbazingwekkende 41.2 overs die tweede innings van Nieuw-Zeeland duurde, maar ondanks zijn bowling had Nieuw-Zeeland nooit voor 114 all out mogen gaan.
Dat het toch zover kwam, is een zegen voor Engeland, dat in hun tweede innings vrij eenvoudig overeind bleef en aan het einde van de speeldag op 76-1 stond. Nog 218 runs verwijderd van een overwinning, ondenkbaar halverwege de dag, maar waar Engeland op de een of andere manier toch nog uitzicht op heeft gekregen.
In case you’re wondering, the above is written in Dutch. If you are looking for more of this Dutch non-fiction, I suggest you go to the archives and read any post between November 2007 and July 2008.
Like this:
Be the first to like this post.